Wat is japandi? De stijl uitgelegd

Wat is japandi? De stijl uitgelegd

Japandi is een interieurstijl die Japans minimalisme en Scandinavisch functionalisme samenbrengt. Je herkent de stijl aan eenvoudige meubels van hout, een rustig palet van gedempte tinten en kamers waarin bewust ruimte leeg blijft. De naam is jong, want hij dook pas halverwege de jaren 2010 op, maar de band tussen beide ontwerptradities is ruim een eeuw ouder (bron: Danish Architecture Center).

Waar japandi vandaan komt

De naam voegt Japan en Scandinavië samen. Volgens Jens Sejrup, die Japanstudies doceert aan de Universiteit van Kopenhagen, ontstond de term halverwege de jaren 2010. In 2017 stond hij in steeds meer internationale woonbladen en in 2018 noemde het Deense Bolig Magasinet japandi een van de trends van dat jaar (bron: Danish Architecture Center).

De wisselwerking zelf begon in de tweede helft van de negentiende eeuw, toen Japan zich na een lange periode van afzondering openstelde voor het Westen en ging meedoen aan wereldtentoonstellingen. Europese ontwerpers raakten onder de indruk van Japanse houtsneden, keramiek en meubels. Die periode is later japonisme gaan heten. In Denemarken kwam de invloed onder meer binnen via Arnold Krog, artistiek directeur van de Koninklijke Porseleinfabriek, die in 1886 in Parijs een verzameling Japanse kunst zag (bron: Danish Architecture Center).

Ook meubelontwerpers keken naar Japan. Finn Juhl ontwierp in 1957 een serie met een fauteuil, een voetenbank en twee banken die hij Japan noemde (bron: Danish Architecture Center). Wie zich verdiept in design meubels uit het midden van de twintigste eeuw, komt die Japanse invloed dus vaker tegen dan de jonge naam doet vermoeden.

Wat Japan en Scandinavië elk inbrengen

De twee tradities delen een voorkeur voor eenvoud, natuurlijke materialen en goed handwerk. Toch zoeken ze rust op een andere manier en juist dat verschil geeft de stijl zijn karakter.

Japanse kant

Scandinavische kant

Hoe ontstaat de rust?

Door wat je weglaat

Door wat je toevoegt: textiel, meubels en persoonlijke spullen

Kernbegrip

Wabi-sabi, de schoonheid van imperfectie en van sporen van de tijd

Hygge, warmte en samenzijn in de donkere maanden

Lege ruimte

Yohaku-no-bi, de schoonheid van lege ruimte die je niet hoeft te vullen

Een kamer die je in lagen aankleedt

De begrippen in deze tabel komen uit hetzelfde artikel van het Danish Architecture Center. Ontwerper Frederik Werner, partner bij het Deense bureau Norm Architects, zegt daarin dat de beste projecten ontstaan in de spanning tussen die twee benaderingen. In de praktijk betekent dat een kamer die leeg genoeg is om rust te geven en warm genoeg om in te wonen.

Kenmerken van een japandi interieur

Aan vijf kenmerken herken je de stijl:

  • Kleur: een warm, gedempt palet van neutrale tinten, met donkerdere tonen als accent.
  • Materiaal: natuurlijke materialen zoals hout met een zichtbare nerf, papier en keramiek.
  • Meubels: eenvoudig van vorm en goed gemaakt.
  • Licht: warm en gedempt, bijvoorbeeld uit een lamp met een kap van rijstpapier.
  • Spullen: weinig stuks, elk zorgvuldig gekozen.

Deze vijf kenmerken volgen de beschrijving van het Danish Architecture Center.

Contrast houdt het geheel levendig. Een glad tafelblad naast een grof geweven kleed of een donkere houten kast tegen een lichte wand voorkomt dat de kamer vlak oogt. Twijfel je over de kleur van je bank, dan past een neutrale stof in een aardetint het best bij dit palet.

Het verschil met Scandinavisch en minimalistisch wonen

De drie stijlen lijken op elkaar en dat zorgt voor verwarring. Een Scandinavisch interieur krijgt zijn warmte van lagen textiel, meubels en persoonlijke spullen. Bij japandi komen daar donkerdere tinten bij en verdwijnt een deel van de aankleding.

Een minimalistisch interieur draait vooral om weinig spullen en strakke vlakken. Japandi deelt die soberheid, maar vult haar aan met natuurlijke materialen en handwerk, zodat de kamer niet kil aanvoelt. Een houten kruk met een zichtbare nerf of een handgedraaide kom hoort er dus juist bij.

Japandi toepassen in je eigen huis

Je hoeft je huis niet in één keer om te gooien. Met deze vijf stappen bouw je de stijl rustig op:

  1. Begin met weglaten. Haal van één kast of vensterbank alles af en zet alleen terug wat je mooi vindt of dagelijks gebruikt.
  2. Leg een rustige basis. Verf een bonte wand in een gebroken wit of zandtint, zodat hout en textiel het werk doen.
  3. Vervang in plaats van aan te vullen. Eén goed gemaakt meubel van hout doet meer dan drie nieuwe accessoires.
  4. Voeg structuur toe met een wollen kleed, linnen gordijnen of een kussen van grof katoen.
  5. Laat een stuk wand of vloer leeg. Die lege plek hoort bij het ontwerp.

De meest gemaakte fout is te ver doorschieten. Een kamer met alleen gladde, lichte vlakken voelt kaal. Dan helpen juist structuur en een donker accent. Wabi-sabi geeft daarbij een bruikbare richtlijn: een tafel met een kras of een kom met een barst hoeft niet weg. De Japanse reparatietechniek kintsugi lijmt gebroken keramiek met goudkleurige lak, zodat de breuk zichtbaar blijft (bron: Danish Architecture Center).

Begin dus klein: één opgeruimde hoek met een houten bank, een lamp met warm licht en verder niets. Bevalt die rust, dan weet je welke kant de rest van je kamer op mag en pak je de volgende hoek aan.